Over CAD

Delen:

Nieuws

22 DEC 2016

Goede voornemens: Minderen of stoppen met alcohol?

Met de feesten en de jaarwisseling die er aankomen, is het ook tijd voor goede voornemens. Enkele mogelijkheden op een rijtje ... 

Wil je van alcohol genieten, of wil je van alcohol blijven genieten maar toch wat minderen?

Enkele tips die hierbij kunnen helpen:

  • Als je dorst hebt, drink dan water. Alcohol lest de dorst niet. Je krijgt er zelfs meer dorst van.
  • Eet eerst iets als je honger hebt, vooraleer je alcohol drinkt.
  • Drink liever uit een glas, niet uit een fles. Uit een fles zal je waarschijnlijk meer drinken. Want de bodem lijkt langer ver weg...
  • Als je drinkt, wissel af met niet-alcoholische drankjes.
  • Spreek met jezelf af hoeveel je maximaal zal drinken. Of stel een uur vast waarop je er zeker mee stopt.
  • Drink niet allerlei alcoholische dranken door elkaar.
  • Drink niet 'gulzig', maar neem minstens 7 slokken per glas.
  • Doe minstens een half uur over een glas. Matige drinkers doen 20 tot 30 minuten over een glas, en bij het tweede glas nog langer.
  • Ga niet systematisch iets drinken als je moe of gespannen bent, of problemen hebt.
  • Als je uit eten gaat en je lust daar graag wijn bij, bestel ook water om te kunnen afwisselen.

Wil je minderen?

  • Verander ook iets aan de gewoontes die met het drinken samenhangen. Als je bijvoorbeeld 'de vaste gewoonte' hebt om na het werk iets te drinken, probeer dan minstens 2 dagen per week een andere leuke gewoonte in te voeren. Bijvoorbeeld: eet iets hartig, ga even wandelen of ga sporten met een vriend(in), neem een douche...
    Stel jezelf de vraag: wat zou ik doen als er gewoon geen alcohol in de buurt was?
  • Als je meestal thuis drinkt, haal dan geen grote voorraad alcohol meer in huis en/of zorg ervoor dat er regelmatig geen alcohol in huis is. Zorg voor alcoholvrije drank die je lekker vindt of maak zelf je alcoholvrije cocktail.
  • Registreer. Schrijf gedurende een paar weken elke dag op wat je gedronken hebt. Je kan iets moeilijker negeren wanneer je het 'zwart op wit' geschreven ziet staan... bijvoorbeeld via alcoholhulp.be
  • Als je moeilijk kan weigeren (bijvoorbeeld op café), probeer dan op voorhand te bedenken hoe je dat zal doen. Eventueel geef je een duidelijke reden op.

Enkele tips om het gezellig en veilig te houden in gezelschap:

  • Dring geen alcohol op, wanneer iemand daar geen zin in heeft.
  • Voorzie altijd niet-alcoholische drank wanneer er bezoek komt of bij een feestje.
  • Draag zorg voor elkaar als het drinken (of beter de gevolgen ervan) uit de hand beginnen te lopen. Ga iemand die 'overdreven' begint te doen niet verder opjutten.
  • Als je in groep uitgaat, spreek dan op voorhand af wie nuchter blijft en zal rijden. Of organiseer een taxi.
  • Experimenteer eens met alcoholvrije drankjes en cocktails.

Wil je hulp bij een goede start dan kan je op www.alocholhulp.be terecht voor meer tips en online hulpmiddelen.

DFR

25 NOV 2016

Nieuwe richtlijn voor alcoholgebruik voorgesteld

Vandaag stelde de VAD de nieuwe richtlijn voor op haar jaarlijkse studiedag. 

Richtlijnen voor alcoholgebruik zijn niet evident. Alcohol is een schadelijke stof die zeer diverse problemen kan veroorzaken, op vlak van gezondheid en veiligheid. De Wereldgezondheidsorganisatie linkt alcoholgebruik ondertussen aan meer dan 200 ziekten en verwondingen. Onder andere het kankerverwekkende effect van alcohol wordt steeds duidelijker aangetoond.

Een ‘veilige ondergrens voor alcoholgebruik’ vastleggen is onmogelijk. Bovendien hangt de ernst van de risico’s af van de situatie (in het verkeer, op het werk, …) en de persoonlijke kwetsbaarheden (jongeren, zwangere vrouwen, ouderen, …). Elke richtlijn is dan ook arbitrair en zoekt een evenwicht tussen wetenschappelijke evidentie en maatschappelijke aanvaardbaarheid.

Zo kwam de richtlijn tot stand

De ‘oude’ richtlijnii, die zowel in Vlaanderen als in veel Europese landen werd gehanteerd, wordt meer en meer verlaten ten voordele van een richtlijn die een veel lagere maximale alcoholconsumptie voorstelt.

Nu heeft dus ook in Vlaanderen een groep experten uit de preventie- en hulpverleningssector in consensus een nieuwe richtlijn opgesteld die wordt gedragen door de Algemene Vergadering van VAD. Deze expertengroep baseerde zich in de eerste plaats op wetenschappelijke kennis en nieuwe inzichten over de risico’s van alcoholgebruik. Er werd ook gekeken naar recente richtlijnen in andere landen. Deze informatie werd afgewogen tegenover de huidige cijfers over alcoholgebruik in Vlaanderen, en tegenover de accepteerbaarheid van zo’n maximale grens in onze samenleving.

Ten slotte koos de groep voor een eenvoudige, maar duidelijke formulering. Correcte informatie, maar zonder betutteling. Hoe je met alcohol omgaat, blijft een persoonlijke keuze. Het resultaat luidt: “Alcohol is een schadelijke stof. Om de risico’s van alcoholgebruik te beperken, drink je best niet meer dan 10 standaardglazeniii per week.”

Recht op correcte informatie

Alcoholgebruikers hebben recht op correcte informatie over de risico’s die verbonden zijn aan dat gebruik. De richtlijn is daar een antwoord op. Ze is bedoeld om de algemene bevolking te sensibiliseren en te informeren over de gezondheidsrisico’s van alcoholgebruik. Zonder te betuttelen of te verbieden.

In de nieuwe richtlijn wordt de risicobenadering vanuit verschillende invalshoeken bekeken, zowel op korte (welzijn en veiligheid) als op lange termijn (lichamelijke gezondheid en verslaving). De korte-termijn-gevolgen zijn vooral het resultaat van occasioneel te veel drinken. De risico’s op lange termijn situeren zich meer op gezondheidsschade als gevolg van een patroon van gewoontedrinken.

Naast het aangeraden maximumaantal standaardglazen per week, geeft de richtlijn nog een aantal extra schadebeperkende tips. Onder andere:

  • Alcohol is een schadelijke stof, er is geen risicoloze grens. Alcohol drinken is een persoonlijke keuze. Wie geen risico wil lopen, drinkt beter geen alcohol. Voor wie ervoor kiest om alcohol te drinken, kan de richtlijn helpen om grenzen te bepalen.
  • Bingedrinken of piekdrinken brengt extra risico’s met zich mee. De richtlijn raadt aan de consumpties te verspreiden over verschillende dagen. Dagelijks drinken is niet goed voor de gezondheid. Het is beter enkele alcoholvrije dagen in te bouwen.
  • De richtlijn geldt voor de doorsnee volwassene vanaf 18 jaar. Jongeren onder de 18 jaar drinken beter niet. Hiermee verschilt de richtlijn van de wetgeving, die onderscheid maakt tussen leeftijd en soorten alcohol (geen alcohol onder de 16 jaar, geen sterkedrank onder de 18 jaar).

In vergelijking met de oude richtlijn zijn er, naast de verlaagde hoeveelheid, nog twee opmerkelijke verschillen:

  • Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen mannen en vrouwen. Vrouwen lopen weliswaar meer risico’s op lichamelijke gezondheidsproblemen op lange termijn (bijvoorbeeld borstkanker), maar mannen lopen meer risico op verkeersongevallen, kwetsuren en verslaving.
  • Het gaat om een wekelijkse richtlijn en geen daglimiet. De meeste Vlamingen drinken sowieso niet dagelijks. De burger kiest met deze richtlijn zelf of hij drinkt en hoe hij zijn alcoholgebruik spreidt over een week.

Meer info

18 NOV 2016

Risicovol gamen, ouders moeten er tijdig spel van maken

Collega Huub Boonen omschrijft op basis van zijn onderzoek een aantal zinvolle maatregelen die het gamen vooral leuk moeten houden. Zijn artikel verscheen op sociaal.net.

Als gamen het leven van een jongere overneemt, dan kan dat gevolgen hebben: slechte studieresultaten, conflicten in het gezin en sociaal isolement. Jonge gamers en hun ouders zijn zich daar onvoldoende van bewust. Vroeginterventie kan dat voorkomen. Maak van gamen een opvoedingsthema van in het prille begin tot ze het huis verlaten.

Onderzoek vult lacune in

Hoe kunnen gamers die een verslavingsrisico lopen vroeger op de radar komen? En hoe kan er dan geïntervenieerd worden? Onderzoekers zochten samen met professioneel betrokkenen, gamers en ouders naar antwoorden.

De verslavingszorg omtrent gamen bevat één duidelijke lacune: hulpverlening wordt vaak pas ingeschakeld op het moment dat gamen een zware impact heeft op het leven. Preventie bereikt niet tijdig de personen die het nodig hebben.

Detectie en interventie

Daarom is ook bij gamen vroeginterventie cruciaal. Mensen moeten prille risicosignalen van overmatig gamen opvangen (vroegdetectie) en er op gepaste wijze op kunnen reageren (vroeginterventie). De belangrijkste actoren zijn volgens het onderzoek de ouders van jongeren die overgaan van lager onderwijs naar middelbaar onderwijs en een voorliefde hebben voor gamen. Het gamen gebeurt immers hoofdzakelijk thuis.

Om hierin te slagen dienen ouders ‘gamewijs’ gemaakt te worden, wegwijs in de wereld van hun gamende kind. Het is belangrijk dat ze zich bewust zijn van de risico’s van overmatig gamen en instrumenten aangereikt krijgen om het bespreekbaar te maken met hun gamend kind. Op die manier kunnen ze ook inschatten of het gamen nog voldoende beheersbaar is. Als ze op een gamewijze manier opvoeden, kan het gamen een leuke tijdsbesteding zijn. Wat te doen als je via deze weg tot het besluit komt dat het gamegedrag van je kind riskeert te ontsporen? Het onderzoek ontwikkelde interventiestrategieën om gericht tussen te komen. Die strategieën werden samen met de eindgebruikers ontworpen en uitgewerkt. Niet alleen de onderzoekers, maar ook de jongeren en hun ouders werden beschouwd als expert.

Moeilijk gesprek

Wie rond dit thema werkt, botst meteen op een algemeen gedeelde verzuchting: de meeste ouders hebben onvoldoende basiskennis over games en gamen. Daardoor krijgen ze er ook geen vat op. En onbekend is onbemind. Gesprekken tussen gamers en ouders zijn vaak moeilijk omdat de visies op het gamen ver uit elkaar liggen. Er is veel onbegrip van ouders voor deze passie van hun kind en de gamer begrijpt de bezorgdheid van zijn ouders niet.

Door dat gebrek aan kennis en interesse krijgen ouders geen zicht op de evolutie die de jongere doormaakt in zijn gamebeleving. Op die manier kan gamen onzichtbaar uitgroeien tot een verslavingsprobleem.

In gesprek gaan met je kind over wat, hoe en met wie hij gamet is dus belangrijk. Zo kan je inschatten of dat gamen ook een gezond onderdeel is in zijn leven. Dat vraagt extra aandacht van vele ouders voor een domein dat hen niet boeit.

Iedereen bereiken

Om deze gamewijsheid te bevorderen, moet heldere en hapklare informatie aangeboden worden op maat van ouders, met tips over hoe men inzicht krijgt in het specifieke spel van hun kind. Gamewijs opvoeden een toegang doen vinden tot gezinnen is niet evident. Zo moeten ook ouders die zich geen vragen stellen bij het gamegedrag van hun kind, geprikkeld worden om kennis en informatie te vergaren. Die mensen bereiken, is een hele uitdaging. Deze ouders nemen niet deel aan infoavonden over gaming of gaan niet op eigen houtje op zoek naar informatie. Voor een media- en gamewijze opvoeding is sensibilisering noodzakelijk. Vandaar het belang van boodschappen op radio, televisie of YouTube. Die kunnen geflankeerd worden door op verschillende plaatsen en tijdstippen affiches en folders te verspreiden: op de werkvloer, op school, bij de huisarts…

Wellicht moeten er ook wetgevende initiatieven komen. Waarom voegen we geen verplichte waarschuwingen toe aan reclamefilmpjes over games?

Verantwoordelijke ontwikkelaars

Ook game-ontwikkelaars kunnen bijdragen tot verantwoord gamen. Zij kunnen risicosituaties in kaart brengen doordat ze de speeltijd en –wijze van gamers monitoren. Deze ontwikkelaars kunnen in-game-elementen toevoegen die jongeren meer bewust maken van de risico’s van overmatig gamen. Bijvoorbeeld door een gamepersonage enkel optimaal te laten presteren in een vooropgesteld tijdschema, nadien treedt vermoeidheid op. Of gamers die tijdens een week te veel online zijn, worden daarop in het game aangesproken.

Ex-gamers als raadgevers

Ex-gamers kunnen een positieve invloed hebben op gamende jongeren en hun ouders. Zij hebben een functie bij preventie van gameverslaving.

Op fora voor gamers kunnen ex-gamers de positie innemen van straathoekwerker: alert voor signalen van overmatige betrokkenheid op gamen en op gebrek aan variatie in iemands leven. Zij kunnen hierover in gesprek gaan. Ze begrijpen als geen ander hoe het is om te gamen en hoe moeilijk het is om de knop af te zetten.

 

Veel ex-gamers geven aan dat ze iets willen betekenen voor jongeren die risico lopen op overmatig gamen. Zelf misten ze zo’n waarschuwingssignalen. Voor hen zijn online gamefora een vertrouwde plaats. Ze spreken dezelfde taal en dat verlaagt drempels.

Wat belangrijk blijkt voor gamers is dat de boodschap met de nodige dosis humor en relativering gebracht kan worden. Een zaalshow door een stand-up comedian die ervaring heeft met het thema of een toneelvoorstelling in scholen zouden geschikte initiatieven zijn.

Geïnteresseerde ouders

Ex-gameverslaafden kunnen ook betekenisvol zijn voor ouders. Heel klassiek maar nog altijd zinvol: de getuigenis op een infoavond.

In het onderzoek zetten we nog een stap verder. We organiseerden een infoavond waarbij 25 gamers aan het gamen waren, terwijl ouders en andere geïnteresseerden met hen konden spreken en vragen stellen.

Op zo’n avond blijkt dat ouders met interesse naar het gamen kijken en hun vragen duidelijk, begripvol en constructief formuleren. De gamers op hun beurt zijn voorbereid en antwoorden met geduld en respect voor de ouders. Een reactie van de deelnemende gamers: “Nu begrijp ik pas wat mijn ouders bedoelden, door met andere ouders eens samen rustig van gedachten te wisselen.”

Portaalsiste

Om ouders optimaal te ondersteunen, wijzen alle deelnemers aan het onderzoek naar één tool: een portaalsite waar ouders terecht kunnen met hun vragen. Daar kunnen ze op weg gezet worden, in de richting van een gamewijze opvoeding. Deze site moet erg ruim opgevat worden om alle mogelijke vragen en noden aan bod te laten komen.

Er is nood aan een degelijk psycho-educatief aanbod voor ouders dat focust op alles wat ze moeten weten over gamen. Dat kan hen ondersteunen om het gesprek over gamen te integreren in de opvoeding. Zo’n portaalsite moet hen gevoeliger maken voor signalen en risicofactoren bij gameverslaving. Dit aanbod moet ook de verborgen groep ouders bereiken die nog niet bezorgd zijn over de risico’s van online gaming.

Preventieve opvoedingsstijl

Het portaal moet interactief zijn, met veel videofragmenten en oefeningen die het onderwerp aankaarten en inzichtelijk maken.

Tijdens het onderzoek zette in Nederland het Trimbos instituut de eerste stappen naar zo’n platform: www.gameninfo.nl. In Vlaanderen werd op 20 september 2016 de aftrap gegeven van www.medianest.be, een portaalsite over mediawijs opvoeden. Initiatiefnemer Mediawijskoos om een breder kader te hanteren dan louter gamewijsheid en wil ouders informeren over een brede waaier aan mogelijkheden die onder mediawijsheid vallen.

Ons initiatief www.gamewijs.be, sluit hierop aan. We verdiepen specifieke vragen van ouders en kinderen over overmatig gamen.

Al deze initiatieven dienen hetzelfde doel: een preventieve opvoedingsstijl die de wederzijdse communicatie en de sfeer tussen ouder en kind verbetert. Op die manier worden ouders meer handelingsbekwaam en wordt ook duidelijk welke situaties voor hen niet meer beheersbaar zijn.

Gamification

Nog andere pistes zijn mogelijk om gamen een plaats te geven binnen opvoeding en, ruimer nog, de samenleving. Er moet aandacht zijn voor ‘gamification’ of het invoeren van game-elementen in het dagelijks leven. Dat gebeurt al op verschillende domeinen: bij fitness en andere sporttakken kan je gebruik maken van apps die je prestaties bijhouden, delen en vergelijken met anderen.

Gamers zijn gevoelig voor de belonende aspecten van zo’n apps, maar zijn niet steeds fervente sportliefhebbers. Het kan interessant zijn om te onderzoeken hoe jongeren die graag gamen, gestimuleerd kunnen worden om ook een gezonde levensstijl aan te nemen.

Om zich beter te voelen

Gamers die meewerkten aan het onderzoek geven aan dat bij overmatig gamen steeds moet gezocht worden naar onderliggend lijden. Hoe komt het dat iemand doorstoot van occasioneel naar overmatig en verslaafd gamen?

Ze geven zelf aan dat het gamen wordt ingezet om zich beter te voelen. Ook onderzoek wijst op de relatie tussen online gameverslaving en angststoornissen, depressie, sociale fobie, ADHD en psychosomatische problemen.

Dat is een gevaarlijke piste. Als dankzij gamen de jongere zich beter voelt, dan kan gaming een steeds groter aandeel van de tijdsbesteding innemen. Als het nog de enige manier is om met problemen om te gaan, kan men afhankelijk worden van dat gamen.

Er zijn ook andere manieren om om te gaan met moeilijkheden. Een gevarieerde copingstijl is aangewezen: verschillende soorten steun zoeken, oplossingsgericht handelen, afleiding zoeken… Als iemand op verschillende manieren leert omgaan met problemen, smelt een belangrijke voedingsbodem van overmatig gamen weg.

Professionele hulp

Als er sprake is van een gameverslaving, is die vaak al een hele tijd bezig. Heel wat levensdomeinen werden dan al beïnvloed door dit eenzijdig gedragspatroon.

Op dat moment komen preventie en vroegtijdige interventies te laat. Het kan dan aangewezen zijn om hulp te zoeken bij een therapeutisch centrum om dit gedrag te doorbreken. Hier is de hulp van ouders vaak niet toereikend en is er nood aan professionele hulp.

Er is overigens nog steeds een debat gaande over de terminologie: is het een gameverslaving of problematisch gamen? Het blijft nog even wachten op een officiële diagnose en accurate diagnostiek. Omwille van de toenemende aanmeldingsdruk van mensen met overmatig gamegebruik, breidt de geestelijke gezondheidszorg haar aanbod voor gamers en hun gezinnen steeds meer uit.

Ouders aan het stuur

Vroegtijdig detecteren van risicosignalen bij gameverslaving, hoort bij het opvoedingspakket van ouders. Maar door gebrek aan kennis, laten sommigen die taak links liggen. Ze grijpen pas in als het gamen een sterke impact heeft op het leven van hun kind en het samenleven in het gezin.

Die situatie kan je omkeren door ouders aan het roer te zetten van vroeginterventie. Zij zijn de eersten die kunnen en moeten signaleren als er risico is op gameverslaving. Informatie en ondersteuning zijn dan noodzakelijk. Het doel is om ouders te motiveren om het gamen van hun kind vanaf het begin op te vatten als een belangrijk onderdeel van hun tijdsbesteding. Een gamewijze opvoeding is dus een bijkomende taak voor de drukbevraagde ouders. Hen daarbij ondersteunen, is noodzakelijk.

Huub Boonen Hulpverlener CAD Limburg en onderzoeker UCLL

21 OKT 2016

Krijgen we een Nationaal alcoholplan die naam waardig?

Het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs (VAD) pleit voor een volwaardig Nationaal alcoholplan naar aanloop van de bespreking ervan op de interministeriële conferentie die doorgaat op 24 oktober onder leiding van minister Maggie De Block van Volksgezondheid .

Alcohol: 1,28 miljard euro directe kosten per jaar

Vorig jaar stelde Prof. Freya Vander Laenen en haar onderzoeksteam het SOCOST-onderzoek voor. Het SOCOST-onderzoek bracht voor het eerst de kosten van tabak, alcohol en illegale drugs aan onze samenleving in kaart. Je kan deze kosten opdelen in directe kosten en indirecte kosten.

De directe kosten zijn kosten die rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met gebruik van legale en illegale drugs. De directe kost omvat drie luiken: (1) de gezondheidszorg ten gevolge van middelenmisbruik: dit gaat bijvoorbeeld om kosten voor een opname in een ziekenhuis voor behandeling van verslaving, maar ook om kosten voor de behandeling van ziektes die door deze middelen zijn veroorzaakt, bv. longkanker of leverkanker; (2) de aanpak van druggerelateerde criminaliteit: dit gaat bijvoorbeeld om kosten voor het opsporen, vervolgen en berechten van drugbezit of drughandel, en de kosten voor detentie, maar ook om kosten van misdrijven (zoals diefstal en inbraak) gepleegd om illegale drugs te kunnen kopen of misdrijven (zoals slagen en verwondingen) onder invloed van alcohol en illegale drugs; en (3) verkeersongevallen.

De directe kosten voor alle middelen samen worden geraamd op 2,86 miljard euro per jaar. Voor alcohol is dit 1.28 miljard, met andere woorden alcohol neemt 45% van deze directe kosten voor haar rekening.

De indirecte kosten

De indirecte kosten zijn kosten door verloren productiviteit van werknemers. Deze productiviteit gaat verloren omwille van ziekte, arbeidsongeschiktheid/invaliditeit, opsluiting in de gevangenis of het vroegtijdig overlijden. De indirecte kosten voor alle producten worden geschat op 1,76 miljard euro.

Voor wat betreft de indirecte kosten blijkt dat alcohol 44% van de kosten ( 774 miljoen euro) voor productiviteitsverlies met zich meebrengt.

Alcohol: 170.000 verloren levensjaren per jaar

De ontastbare kosten geven het verlies aan levenskwaliteit weer door ziekte of vroegtijdige sterfte van de gebruiker. De ontastbare kosten worden in sociale kost studies gemeten via het aantal ‘verloren gezonde levensjaren’ Naar schatting zijn in België meer dan 500.000 gezonde levensjaren verloren gegaan door legale en illegale drugs in het jaar 2012. Gezondheidsproblemen zorgen voor 94 % van alle verloren gezonde levensjaren.

Alcohol en tabak hebben de grootste impact op het aantal gezonde verloren levensjaren. Samen zijn deze legale middelen verantwoordelijk voor 91% ( alcohol 34%).

Bron: De Sociale kost van legale en illegale drugs in België, Prof. Dr. Freya Vander Leanen e.a

Nuttige maatregelen?

Ter herinnering aan de minister, lijstte de VAD enkele maatregelen op om de maatschappelijke kosten veroorzaakt door alcohol doeltreffend aan te pakken:

Onderzoek toont aan dat er zeker drie maatregelen nodig zijn om van een doeltreffend plan te kunnen spreken: prijsverhoging, verbod of beperking van reclame, en beperking van het aanbod. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie bevestigt het belang van deze maatregelen, en spreekt van ‘the 3 best buys’. Daarnaast moet er extra ingezet worden op preventie, om zo het maatschappelijk draagvlak voor deze maatregelen te vergroten. Ten slotte is een toegankelijk hulpverleningsaanbod nodig voor mensen met een alcoholprobleem.

Best buy 1: Prijs

Bij een vorige begrotingsronde besliste de federale regering tot een verhoging van de taxatie op sterkedrank. Deze maatregel heeft de verkoop van sterkedrank zeker beïnvloed. Maar bier en wijn ontsprongen toen de dans en dat deed het effect teniet. Mensen schakelen immers moeiteloos over van sterkedrank naar goedkoper wijn en bier, zonder daarbij minder alcohol te gaan drinken. In het nieuwe plan verwacht de preventiesector een proportionele verhoging van de taxatie op alle alcoholhoudende dranken. Niet een verhoging in kleine stapjes, maar een significante verhoging, voelbaar in de portemonnee.

Best buy 2: Reclame en marketing

We worden overspoeld door reclame voor alcohol. Ook al is er een zelfregulerende convenant van de alcoholproducenten, deze grijpt nauwelijks in op de inhoud van de reclame. En ze doet al zeker niets aan de alomtegenwoordigheid ervan. Er zijn nochtans voldoende voorbeelden uit het buitenland waar zowel de inhoud (geen mooie, jonge mensen in sportieve, aanlokkelijke situaties waarbij alcohol als onmisbaar wordt voorgesteld) als de hoeveelheid reclame per reclameblok beperkt wordt. Frankrijk is hier al jaren de voorloper, en daar blijken deze maatregelen wel degelijk een effect te hebben op de alcoholconsumptie. Jongeren zijn in deze het meest kwetsbaar, maar ook supporters en uitgaanders weten waarom.

Best buy 3: Beperking van het aanbod

Alcohol is overal en altijd aanwezig: voor, tijdens en na het eten, gezellig op een terras of voor de televisie en bij alles wat we vieren. De reclame draagt hiertoe bij. Langzaamaan groeit dageliijks gebruik van alcohol uit tot ‘normaal’ gebruik. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat alcohol een schadelijk, toxisch product is. De maatschappelijke schade in België werd onlangs nog berekend op 2,1 miljard euro aan directe en indirecte kosten, los van het grote aantal verloren gezonde levensjaren. Het probleem situeert zich daarbij niet alleen, of zelfs niet voornamelijk bij de jongeren: de grootste gebruikers en de meeste dagelijkse drinkers vinden we bij de volwassenen vanaf 45 jaar! Europa is bovendien het continent waar veruit het meest alcohol wordt gebruikt. Alcohol is vergroeid met onze cultuur, is overal en altijd beschikbaar.

Uitstellen van de beginleeftijd is een belangrijke factor om problemen als gevolg van alcoholgebruik te voorkomen, zowel acuut als op lange termijn. België is één van de laatste vier Europese landen waarin jongeren nog alcohol (bier en wijn) mogen drinken vanaf de leeftijd van 16 jaar. Alle andere landen hanteren de leeftijd van 18 jaar voor alle alcoholische producten. Maar ook de beschikbaarheid in tankstations (geen alcohol in het verkeer, toch?) en in de nachtwinkels (geen 24/7 beschikbaarheid) zijn maatregelen die in het buitenland hun effect hebben bewezen.

Flankerend gezondheidsbeleid

Het succes van een nationaal beleidsplan staat of valt met een stevig maatschappelijk draagvlak. Daarvoor is een preventiebeleid nodig dat dat draagvlak opbouwt en voldoende informatie geeft over de noodzaak van de genomen maatregelen. Concreet wil dat zeggen: een lokaal alcohol- en drugbeleid, ondersteund door landelijke campagnes en duidelijke wetgeving. Een effectief alcoholbeleid heeft ook oog voor vroeginterventie, zodat wie riskant of problematisch drinkt zo vroeg mogelijk wordt gescreend en gemotiveerd tot gedragsverandering. Dit vraagt een laagdrempelig en goed gespreid aanbod aan hulpverlening.

Geen doekje voor het bloeden

De verwachtingen van de verslavingssector zijn hoog gespannen. Maar ook met vertegenwoordigers van de Vlaamse Jeugdraad, de zelfhulporganisaties, lokale preventiewerkers, artsen en psychiaters werd gepleit voor een uitgebreid alcoholplan. Ook de alcoholproducenten en vertegenwoordigers van de horeca waren aanwezig. Zij verdedigen vanzelfsprekend hun economische belangen, maar steunen een beleid dat misbruik van alcohol tegengaat. Het vorige actieplan is gekelderd onder druk van de alcoholindustrie, totdat er enkel betekenisloze maatregelen overbleven.

Alle ogen zijn nu gericht op minister Maggie De Block. Zij krijgt, als voorzitter van de interministeriële conferentie, op 24 oktober de sleutels in handen om een krachtig beleid te installeren dat de gezondheid ten goede komt. De gezondheidssector is alvast vragende partij voor een volwaardig plan.

DFR

19 OKT 2016

Naar een betere begeleiding en preventiebeleid voor zwangere vrouwen met een verslavingsprobleem

In de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin werden enkele vragen gesteld over de huidige begeleiding en het toekomstig preventiebeleid naar zwangere vrouwen met een verslavingsprobleem.

Vlaams parlementslid Vera Jans stelde Minister Jo Vandeurzen de vraag of het zinvol is om de registratie omtrent deze doelgroep te verfijnen om zo een beter zicht te krijgen op de omvang van de problematiek. Wilde ze weten welke initiatieven de Minister neemt om de samenwerking tussen de betrokken zorgpartners beter vorm te geven om deze moeilijk bereikbare doelgroep beter en sneller te detecteren en te bereiken. Ten slotte peilde ze naar welke accenten hij in de aankomende gezondheidsconferentie met betrekking tot het preventiebeleid zal leggen voor de doelgroep van zwangere vrouwen met een afhankelijkheidsproblematiek?

 

Betere registratie

Volgens Minister Jo Vandeurzen is registratie en gegevensdeling essentieel wanneer er multidisciplinair wordt samengewerkt rond gezinnen om kwaliteitsvolle zorgverlening te kunnen aanbieden.

'Na afstemming met en op vraag van verschillende stakeholders heeft Kind en Gezin zich geëngageerd om in het kader van Vitalink pre-, peri- en postnatale gegevensuitwisseling tussen zorgactoren te realiseren voor alle ouders en aanstaande ouders in Vlaanderen en Brussel. Dat past binnen de digitalisering van het zwangerschapsboekje. De technische en inhoudelijke voorbereidingen om die digitale gegevensuitwisseling te realiseren, zijn aan de gang. Er wordt momenteel een noodzakelijke gegevensset afgewerkt waarrond de gegevensuitwisseling wordt georganiseerd. Dat gebeurt in nauw overleg met verschillende betrokken beroepsverenigingen, waaronder de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, de Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Domus Medica, de Vereniging van diensten voor gezinszorg en de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen.'

De Minister bekijkt of en op welke voorwaarden er hier ook gegevens inzake middelengebruik in de gegevensset kunnen worden opgenomen. Dat kan ertoe bijdragen dat we een beter zicht krijgen op middelengebruik rond de geboorte en de gevolgen hiervan. Maar zoals aangegeven, moeten we hier omzichtig mee omgaan en onderzoeken we dit verder in het kader van het project gegevensdeling in de pre-, peri- en postnatale periode.

Samenwerken in netwerken

De Minister beklemtoonde in zijn antwoord het belang van samenwerking netwerking:

'Door de multidisciplinaire digitale gegevensdeling kunnen we samen met alle zorgactoren zicht krijgen op de mate waarin zwangere vrouwen vroegtijdig en regelmatig worden opgevolgd. Dit kan door bepaalde actoren aanklampende contactname toelaten bij gebrek aan regelmatige controles of uitval van opvolging.

Samenwerking tussen de betrokken zorgpartners wordt verder bij voorkeur vormgegeven binnen een universeel zorgpad voor alle gezinnen, met aansluitend en geïntegreerd een supplementair aanbod voor gezinnen met specifieke noden en binnen een gepast aanbod, bijvoorbeeld als gevolg van middelengebruik.

Lokale netwerkvorming op het terrein van prenatale dienstverlening is hierbij essentieel, waarbij moet worden ingespeeld op de noodzaak aan het versterken van prenatale begeleiding voor kwetsbare zwangere vrouwen. Het aanbod naar ouders, aanstaande ouders en jonge kinderen wordt coherent uitgebouwd en ontsloten via de Huizen van het Kind.

het uitbouwen van een sluitend lokaal netwerk met alle betrokken partners, gaande van Kind en Gezin, OCMW, CAW, huisarts, gynaecoloog enzovoort tot en met de gespecialiseerde gezondheidszorg is een noodzakelijke randvoorwaarde die verder versterkt zal worden.'

Toekomstig preventiebeleid?

Tot slot blikte Minister Jo Vandeurzen vooruit op de gezondheidsconferentie van eind december:

'De voorbereidingen van de Gezondheidsconferentie Preventie zijn volop bezig. De gezondheidsconferentie zal richting geven aan het beleid de komende jaren, en zal als basis dienen voor concrete actieplannen op het terrein. Onder meer tabak, alcohol, drugs en psychoactieve medicatie zijn thema’s die in beschouwing worden genomen. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen. Met betrekking tot deze thema’s worden momenteel acties geformuleerd voor verschillende doelgroepen waaronder zwangere vrouwen en hun omgeving. De voorstellen, die uiteraard nog moeten worden besproken op de conferentie, gaan vooral in de richting van het blijven inzetten op een eenduidige boodschap van niet-gebruik tijdens de zwangerschap. Daarnaast wordt ook gedacht aan de ontwikkeling van een screeningsinstrument, specifiek voor de detectie van alcoholproblemen bij zwangere vrouwen, met het oog op een betere vroegdetectie en -interventie'.

DFR

05 OKT 2016

Drugscongres 2016: ALCOHOL & NPS: irrelevantie van het beleidsmatig verschil tussen legale en illegale drugs bewezen?

‘Alcohol maakt meer kapot dan je lief is’; een preventieslogan met een duidelijke boodschap. Toch hebben we nog geen geïntegreerd alcoholbeleid in België.

Noodzakelijk? Zeker. 10 procent van de Belgen kampt met een alcohol- probleem. Slechts één op de twaalf zware drinkers zoekt professionele hulp. Bovendien spreken de ervaringen op de spoedgevallendiensten boekdelen.

Het stopt niet bij alcohol. De Nieuwe Psychoactieve Stoffen of NPS zijn steeds meer aanwezig op (virtuele) drugsmarkten en vallen nu nog buiten de drugswetten. Gebruikers van deze scheikundige variaties van ‘klassieke’ illegale drugs weten vooraf ook niet wat de kwaliteit is van het product dat ze gebruiken.

Het Drugscongres 2016 – een samenwerking tussen het ‘Insitute for International Research on Criminal Policy (IRCP – Universiteit Gent) en Uitgeverij Politeia – onderzoekt of de irrelevantie van het beleidsmatig verschil tussen legale en illegale drugs is bewezen. Specialisten in verschillende vakgebieden zullen hun ervaringen en expertise delen.

Het congres wordt geopend door minister van Justitie, Koen Geens. Prof. Dr. Lieven Annemans (UGent) reflecteert rond een (mogelijk) alcoholbeleid en –plan. Voorts gaat Ignaas Devisch dieper in op de filosofische beschouwingen over legale en illegale drugs. Tot slot spreekt Alexis Goosdeel (directeur EMCDDA) over de Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS), een nieuwe wereld vol uitdagingen.

Na de middagpauze kunnen congresgangers kiezen uit vijf workshops: ‘Alcoholgebruiksruimtes, nu ook in België? – speeddating’, ‘Cannabisteelt: van beeldvorming tot ontmanteling. Multidisciplinaire expertise uit de Lage Landen.’, ‘Nieuwe Psychoactieve Stoffen: nieuwe drugs, nieuwe strategieën?’, ‘Virtuele drugsmarkten: offline halen of omarmen?’ en ‘Middelengebruik in het verkeer: de terugkerende problematiek’.

Datum en locatie: donderdag 10 november 2016 / onthaal vanaf 09u00 / Het Pand, Onderbergen 1, 9000 Gent. 

Inschrijven en meer info