Over CAD

Delen:

Nieuws

11 DEC 2018

Memorandum gokken

Op gokproblemen rust één van de grootste taboes. We hebben slechts beperkt zicht op de omvang van de problematiek, mede door de grote treatment gap. Ondanks de eerder beperkte zichtbare maatschappelijke overlast, is de impact van gokproblemen groot. Zo zal de persoon met gokproblemen veel tijd, geld en energie in het gokken steken. Hierdoor zal hij/zij niet meer al zijn/haar rollen binnen de samenleving kunnen opnemen. De gevolgen zijn groot voor zowel de persoon met een gokstoornis zelf, als zijn/haar omgeving. Financiële problemen, schaamte, angst en andere psychische problemen leiden onder andere tot een hoog suïciderisico.

Verontwaardiging en bezorgdheid gokproblematiek

Vanuit een gedeelde bezorgdheid slaan de verslavings- en gezondheidssector, Gezinsbond en consumentenverenigingen de handen in elkaar en formuleren wij dit memorandum. Wij beseffen dat het inzetten op preventie en zorg maar zin heeft als dit kan gebeuren binnen een flankerend beleid waarin vanuit de overheid ook wordt ingezet op wetgeving en de bescherming van de kwetsbare speler. Meerdere zinvolle initiatieven werden hiertoe reeds genomen. Toch merken wij dat de invloed van de kansspelsector, met zeer veel economische belangen, het neigt te halen van een (geestelijke) gezondheidsbeleid, het gezinsbeleid en het consumentenbeleid.

Met dit memorandum willen we standpunten van middenveldorganisaties samenvatten, versterken en het engagement van de verschillende organisaties vergroten. We doen voorstellen voor het beleid en willen daarnaast ook de kansspelsector responsabiliseren m.b.t. tot de mogelijke problematische gevolgen van gokken.

De Hoge Gezondheidsraad formuleerde in november 2017 een advies (nr. 9396) met betrekking tot gokstoornissen. De HGR raadt aan om structurele maatregelen in verband met het spelaanbod wettelijk te verankeren, om in te zetten op vroegdetectie en –interventie en om het bestaande zorgaanbod uit te breiden en beter bekend te maken. Ten slotte adviseert de Raad om meer onderzoek over deze problematiek te financieren.

Bescherming van de speler prioriteit

De bescherming van de speler, vanuit welzijns- en gezondheidsperspectief, zou steeds het kansspelbeleid moeten bepalen. Zo dienen beschermingsmaatregelen van de speler te primeren op de rendabiliteit van de sector en dient de gezondheidstoets steeds te gebeuren bij het nemen van beslissingen. Het lijkt ons moeilijk te verzoenen dat één orgaan zowel de winstgevendheid van de goksector vrijwaart, de bescherming van de speler dient te waarborgen, en het spel reguleert.

Een preventief beleid bestaat uit vier pijlers: regels en afspraken, zorg en begeleiding, informatie en sensibilisering (educatie) en omgevingsinterventies. Alle vier de pijlers zijn belangrijk in de preventie en aanpak van gokproblemen en vullen elkaar aan. Als deze pijlers evenwichtig worden uitgewerkt, ontstaat er een beleid waarbij verschillende maatregelen en acties op elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken.

Regels en afspraken: wetgevende initiatieven

Mensen moeten hun spelplezier zelf kunnen invullen, maar binnen een bepaalde beschermende context. Zelfs al bevindt een gokker zich reeds in een problematische situatie, hij blijft spelplezier (neurobiologisch, “bijna winst”) ervaren. Een beschermend wetgevend kader is dus van uitzonderlijk belang.

Het fundament voor een effectief beleid ligt bij regels en afspraken. Gokproblemen voorkomen en de speler beter beschermen ligt in een aantal wetgevende initiatieven met nadruk op verbod of beperking van marketing en reclame, beperking van de beschikbaarheid (openingsuren, toegangscontrole, toegang verboden voor jongeren onder 21 jaar enz.), regulering van het spelaanbod (voor alle types), invoering van strategieën van zelfcontrole (uitsluitingen, limieten, enz.) en verfijning van het EPIS uitsluitingssysteem. Er moet ook aandacht zijn voor de tijd en het geld dat men verliest bij gokken (bv. via pop-ups). Het is belangrijk dat men kijkt naar wat men als individu kan verliezen en niet naar ‘labo’ gemiddelden. Momenteel wordt er werk gemaakt van wetgevende initiatieven waarbij alvast enkele van deze kernpunten, zij het slechts gedeeltelijk, worden meegenomen. Er moet daarnaast meer ingezet worden op vroeginterventie en zorg (zie verder)

Het legale aanbod faciliteren om het illegale gokaanbod aan banden te leggen is een onvoldoende beschermende maatregel. Ook het legale aanbod houdt risico’s in. De goedkeuring door de Kansspelcommissie is geen kwaliteitslabel dat een veilig aanbod garandeert. Sommige gokactiviteiten zijn verslavender dan anderen. Daar kan meer differentiatie en beperking gebeuren.

Daarnaast is het bij regelgeving van uiterst belang dat deze afdwingbaar is en dat er ook (voldoende) controles gebeuren.

Zorg en begeleiding

Aandacht voor gokproblemen in welzijn en zorg:

  • Door gokproblemen bespreekbaar te maken en het taboe hierover te verminderen (sensibiliseringscampagnes).
  • Door de kennis en de vaardigheden van gokkers te verhogen om de controle over hun gokgedrag te versterken.
  • Door kennis/sensibilisering bij eerstelijnszorgverstrekkers en hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg te versterken door in te zetten op vorming en opleiding.
  • Door systematische screening en vroegdetectie met de focus op kwetsbare groepen.
  • Door in een gedifferentieerd en specifiek hulpverleningsaanbod voor mensen met gokproblemen te voorzien: door te voorzien in meer gespecialiseerde centra, door ondersteuning van zelfhulpgroepen in elke provincie, door het aanbod aan online behandelingsmogelijkheden uit te breiden en het bestaande hulpverleningsaanbod te differentiëren (onder andere residentiele aanbod, groepswerking in elke provincie).
  • Door de inzet van ervaringsdeskundigheid binnen de hulpverlening (aanvullende expertise).
  • Door aandacht te hebben voor de familie en omgeving van de persoon met gokproblemen.
  • Door het aanbod en de weg er naartoe bekend te maken naar de doelgroep.

Informatie en sensibilisering (educatie): onderzoek, kwaliteits- en deskundigheidsbevordering

Onderzoek

We trachten ons voor de aanbevelingen in dit memorandum zo veel mogelijk te baseren op zaken die we reeds weten uit wetenschappelijk onderzoek. Helaas is er tot op heden nog te weinig kennis. Er is nood aan meer neutraal onderzoek. Zo zou bijvoorbeeld een sociale kost studie zeer waardevol zijn. Daarnaast is er ook nood aan onderzoek over de effectiviteit van beschermende maatregelen.

De kansspelsector (Nationale Loterij en privé-aanbieders) zou hiertoe kunnen bijdragen. De kansspelsector zou verplicht moeten worden om jaarlijks een bijdrage te doen aan een fonds voor neutraal wetenschappelijk onderzoek en om data aan te leveren.

Educatie

Naast onderzoek is het ook nodig om middelen vrij te maken voor preventie. Dit mag geen preventie door de kansspelsector zijn, maar moet door welzijns- en gezondheidsorganisaties gebeuren.

 

Specifiek educatie en sensibilisering vanuit de bredere samenleving naar kinderen, jongeren en jongvolwassenen toe is belangrijk. Kinderen en jongeren leren uit hun context en gebruiken dit als referentiekader. Dit sociaal leren zou ervoor kunnen zorgen dat gokken als aanvaardbaar en normaal wordt gepercipieerd en dat kinderen/jongeren zich niet bewust zijn van de mogelijke problemen die uit gokken kunnen voortvloeien.

 

Bij alcohol en gezonde voeding hebben we een duidelijke richtlijn. Voor gokken is dat niet het geval. Een referentiekader is nuttig, zo kunnen mensen beter inschatten vanaf wanneer er een probleem is. Er is dus nood aan een duidelijke en wetenschappelijk onderbouwde richtlijn die net als bij alcohol een antwoord geeft op de vraag ‘hoeveel is te veel?’.

Daarnaast bezitten de kansspeloperatoren heel wat informatie (big data) die een belangrijke waarde kunnen hebben de i.k.v. de bescherming van de speler. Momenteel worden deze data nog niet of zeer beperkt aangewend voor preventieve doeleinden of in kader van vroegdetectie en -interventie. We pleiten er voor om deze data anoniem ter beschikking te stellen voor onderzoek en preventie. Van hieruit kunnen tevens voorstellen tot wetgevende initiatieven gebeuren.

Omgevingsinterventies: reclame en marketing

De kansspelsector groeit, en dat zien we ook dagelijks in het straatbeeld, online en op de televisie. Zo waren we tijdens het WK voetbal 2018 getuige van een invasie aan reclame voor gokken. Reclame zorgt voor normalisatie van gokken. Daarnaast werkt reclame en het aanbieden van bonussen irrationele cognities in de hand. Ook elementen in games die gokervaring mee brengen, vallen onder reclame. Er is nood aan een wettelijk afdwingbaar initiatief. We dienen hierbij in eerste instantie kwetsbare groepen te beschermen. Daarbij vragen wij ook om de minimumleeftijd voor alle kansspelen op te trekken tot 21 jaar, gezien de kwetsbaarheid van jonge mensen en hun vaak beperkte financiële draagkracht. Dit dient zeker meegenomen te worden in de aankomende wetgevende initiatieven.

Het argument dat reclame voor het legale aanbod mensen weg houdt van het illegale aanbod is niet onderbouwd. Door reclame vestig je de aandacht op gokken an sich.

Voorstellen voor het beleid:

Op nationaal vlak (samenwerking federaal en gemeenschappen en gewesten) moeten de aanbevelingen van de HGR en de Visienota van de Algemene Cel Drugsbeleid omgezet worden in een globaal beleidsplan gokken. Vertrekpunt is dat gokproblemen een belangrijk probleem voor volksgezondheid vormen, en dat de bescherming van de speler absolute prioriteit verdient. Er is nood aan een Beleidsnota waarin alle betrokken overheden zich engageren, die zowel gericht is op de aanpak van de vraag- als van de aanbodszijde.

Er moet een onderzoeksfonds voor de gokproblematiek worden opgericht om neutraal onderzoek te financieren dat leidt tot betere kennis van de problematiek en van de effectiviteit van preventie en hulpverlening. De gokoperatoren moeten verplicht worden om hun databanken ter beschikking te stellen van onafhankelijke onderzoekers, én om dit fonds te spijzen.

Op nationaal/federaal vlak is er nood aan wetgeving die het aanbod reguleert, het aantal vergunningen beperkt (zowel real life als online en virtuele weddenschappen), reclame en marketing verbiedt, een performant uitsluitingssysteem mogelijk maakt, maximale inzetten oplegt, vanuit het standpunt van bescherming van de speler.

Op niveau van de Vlaamse Gemeenschap moet verder ingezet worden op het continuüm van preventie, screening en vroeginterventie en diverse vormen van hulpverlening. Er is nood aan uitbreiding van het bestaande aanbod, dat tevens voldoende laagdrempelig moet zijn. Er moet aandacht gaan naar het doorbreken van het bestaande taboe om de treatment gap te verkleinen. Daarenboven moet worden ingezet op meer kennis over gokken bij de algemene bevolking en deskundigheidsbevordering van actoren in preventie en zorg.

Op Europees (en internationaal) niveau kunnen een aantal wetgevende maatregelen worden genomen om het online gokken te reguleren en de illegale goksites op te sporen en offline te houden.

Dit Memorandum kan je  hier tekenen

07 DEC 2018

VAD-Leerlingenbevraging 2016-2017: Jongeren drinken later alcohol, maar alcohol blijft de meest gebruikte drug.

Met de jaarlijkse leerlingenbevraging houdt VAD al twee decennia lang de vinger aan de pols wat betreft het gebruik van alcohol, tabak, medicatie en illegale drugs en het gok- en gamegedrag bij leerlingen uit het secundair onderwijs (ASO, BSO en TSO). De onderzoeksresultaten uit het schooljaar 2016-2017 brengen enkele nieuwe trends aan het licht. Alcohol blijft duidelijk de meest gebruikte drug. Meer dan de helft van de leerlingen (53,3%) dronk het jaar voor de bevraging alcohol. Eén op acht deed dat zelfs op regelmatige basis, gaande van wekelijks tot dagelijks (12,3%). In een doorsneeklas van 20 leerlingen is er één leerling die gemiddeld meer dan 10 glazen alcohol per week drinkt (4,2%). Bij de 17-18-jarigen zijn dat per klas al meer dan 2 leerlingen (11,4%). Meer dan een kwart heeft zich het voorgaande jaar dronken gevoeld (26,5%). In de oudste leeftijdsgroep doet één op de drie leerlingen maandelijks of wekelijks aan bingedrinking (32,5%).

Het drinken van alcohol heeft bij jongeren een negatieve invloed op hun hersenen die nog volop in ontwikkeling zijn. Wettelijk gezien is het verboden om alcohol te verkopen of te verstrekken onder de 16 jaar en de verkoop of het schenken van sterke drank is verboden onder de 18 jaar. Deze wettelijke restricties lijken jongeren onder de 16 jaar steeds meer van de alcohol af te houden. De gemiddelde leeftijd waarop voor het eerst alcohol wordt gedronken ligt een stuk hoger dan enkele jaren geleden. Daarenboven daalde het aantal jongeren onder de 16 jaar dat ooit al alcohol dronk van 68% in 2007-2008 naar 40,6% in 2016-2017, een trend die zich niet voordoet bij leerlingen van 16 jaar en ouder. Deze evolutie toont aan dat een verhoging van de wettelijke minimumleeftijd naar 18 jaar heel wat gezondheidswinst zou opleveren. Ook VAD en de Hoge Gezondheidsraad raden in hun wetenschappelijk onderbouwde richtlijn af alcohol te drinken onder de 18 jaar.

Het tabaksgebruik tijdens het laatste jaar blijft hoog bij de oudste leeftijdsgroepen. Bij de 15-16jarigen rookte 26%, bij de 17-18-jarigen liefst 41%. In die laatste groep stijgt het aantal rokers met meer dan 3% tegenover vorig schooljaar, bij de 15-16-jarigen is er een lichte stijging. Bekijken we de evolutie van het laatstejaarsgebruik over 10 schooljaren, dan rookte in het schooljaar 2007-2008 gemiddeld 1 op 4 leerlingen, vandaag is het nog steeds 1 op 5. Voor de twee hoogste leeftijdsgroepen schommelen de cijfers het voorbije decennium van schooljaar tot schooljaar, maar ze blijven redelijk stabiel en hoog.

Wat betreft illegaal druggebruik is cannabis het meest voorkomend. In tegenstelling tot bij alcohol en roken is er geen duidelijke daling van het gebruik vast te stellen. In 2007-2008 gebruikte 11,8% van de leerlingen het voorgaande jaar cannabis, in 2016-2017 is dat 12,3%. Regelmatig gebruik kende in diezelfde periode een lichte daling, van 2,9% naar 2,2%. Bekijken we die evolutie vanaf het begin van deze eeuw, dan is die daling veel duidelijker: van 6,2% in 2000-2001 naar 2,2%. Andere illegale drugs dan cannabis worden uitzonderlijk gebruikt. Slechts 2,1% van de leerlingen heeft ze het voorgaande jaar gebruikt. Regelmatig gebruik komt amper voor (0,7%).

Van alle bevraagde gokvormen is spelen op krasbiljetten duidelijk de meest voorkomende (11,2% laatste jaar, tegenover 6% of minder voor de andere gokvormen). Maar als we kijken naar het aandeel frequent gokken, van 1 keer per week tot dagelijks, dan blijkt gokken op sportwedstrijden de nummer 1 te zijn (1,2%, tegenover 0,5% of minder voor de andere gokvormen). Sportweddenschappen zijn duidelijk een jongenszaak. 10,5% van de jongens gokte op die manier in het voorgaande jaar, bij de meisjes was dit 1,4%. 2,6% van de jongens gokt regelmatig, tegenover 0,1% van de meisjes. Bovendien zijn sportweddenschappen de enige gokvorm die de laatste jaren geen neerwaartse trend vertoont.

Meer info: VAD

Bron: VAD

16 OKT 2018

1 op 5 loopt school in de buitenbaan

Wist je dat 1 Belg op 7 in armoede leeft? Maar liefst 1.700.000 Belgen doen er alles aan om hun problemen zo goed mogelijk te verbergen.

Als het over armoede gaat, hebben we immers nog steeds heel wat vooroordelen. Ze hebben het zelf gezocht, toch? Zijn liever lui dan moe? En zijn het geen moeilijke tijden voor iedereen? Samen Tegen Armoede gaat de uitdaging aan om deze vooroordelen en taboes te doorbreken. Samen met honderden ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, vaste medewerkers, beleidsmakers en academici bouwen we aan een breed solidair draagvlak in België.

Campagne 2018: '1 op 5 loopt school in de buitenbaan'

Vandaag krijgen 500.000 kinderen onvoldoende onderwijskansen door armoede. 

Elke leerling heeft zijn eigen startpositie. Toch komen kansarm en kansrijk samen terecht op de schoolbanken. Uit elk kind het allerbeste halen moet de doelstelling zijn van het gehele onderwijs. De realiteit is vaak anders. Kinderen uit gezinnen in armoede hebben meer kans op slechtere schoolresultaten, op zittenblijven, op schoolmoeheid. Hebben ze minder talent? Of moeten ze veel meer afstand afleggen dan kinderen in de binnenbaan?

Samen moeten we werk maken van gelijke kansen.

Daarom hangt vandaag, op de werelddag tegen armoede, bij de VGGZ en de CAD Limburg deze vlag uit, om aandacht te vragen voor de armoedeproblematiek. De campagnetekst zal in de wachtzaal terug te vinden zijn.

 

www.samentegenarmoede.be 

02 OKT 2018

Copy/Paste sensibiliseert jongeren over de risico's van tabak, alcohol en drugs

 

In Noord-Limburg werd een bijzonder knappe videoclip gemaakt om jongeren bewust te maken van de risico's van het gebruik van alcohol, tabak en drugs. De clip kwam tot stand binnen het overleg ‘jongerenwelzijn HANO’ en kreeg de naam Copy/Paste.

Jongeren van vandaag leven in een snel veranderende maatschappij, volgen (mode)trends, willen elkaar ontmoeten en spenderen graag tijd met mekaar. Vrienden zijn heel belangrijk in hun leefwereld. En wat die vrienden doen, willen zij dikwijls ook. De gevaren van tabak- of alcohol- en drugsconsumptie steken dan al snel de kop op. De videoclip Copy/Paste wil jongeren daarvan bewust maken. De boodschap van het filmpje is daarom dat er niets mis is met feesten, genieten en het volgen van trends, maar dat jongeren wel moeten blijven nadenken over wat ze doen en dat ze zelf hun eigen beslissingen mogen maken. 

Ook ouders sensibiliseren

Preventief werken is belangrijk, zowel naar de jongeren als naar de ouders toe. Het doel van de video is daarom ook het bespreekbaar maken van alcohol- en druggebruik tussen ouder en kind. Via vroegdetectie kunnen mogelijke problemen immers sneller aangepakt worden en zou het herstel makkelijker kunnen verlopen. Een goede begeleiding van thuis uit – en van andere opvoeders zoals leerkrachten, jeugdleiders, sporttrainers… – geeft jongeren in die zin de nodige houvast.

Jongerenwelzijn HANO

‘Copy/Paste’ kwam tot stand binnen het overleg ‘jongerenwelzijn HANO’. Dat is een groot overlegplatform waarin zowel de gemeentebesturen van Hamont-Achel, Neerpelt en Overpelt (HANO) betrokken zijn als welzijnspartners zoals CAD, CAW (Centrum voor Algemeen Welzijnswerk) en de Opvoedingswinkel Noord-Limburg. Ook alle secundaire scholen uit de betrokken gemeenten zitten aan tafel. Van hieruit worden gezamenlijke initiatieven rond jongerenwelzijn op poten gezet. Deze sensibiliseringsvideo is daar één van en mocht rekenen op een subsidie vanwege Een Hart voor Limburg.

12 JUN 2018

Mindyourtrip.eu - Informatie en online interventies over Nieuwe Psychoactieve Substanties (NPS)

Vandaag lanceerde de CAD Limburg samen met 13 andere Europese partners de web-based interventie 'MindyourTrip' voor jonge consumenten van Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS).

De MindyourTrip Web-based Interventie (WBI) is het resultaat van het EU-project 'Click for Support - REALized'(2017 - 2018), dat werd gecofinancierd door de Europese Commissie via het werkprogramma 'The Internal Security Fund - Police | the Drugs Policy Initiative'.

Het project wordt gecoördineerd door Landschaftsverband Westfalen-Lippe - LWL-Koordinationsstelle Sucht. Mede-begunstigden in het project zijn 13 partnerorganisaties waaronder de CAD Limburg uit België, Oostenrijk, Cyprus, Finland, Duitsland, Griekenland, Italië, Letland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Slowakije en Slovenië.

Het CfS-REALized-project bouwt voort op het vorige project 'Click for Support' (2014-2015), waarin richtlijnen voor effectieve webgebaseerde drugspreventie voor jongeren zijn ontwikkeld. Op basis van deze richtlijnen is nu een web-based interventie (WBI) ontwikkeld met de naam 'Mind Your Trip' voor jonge consumenten (14-25 jaar) van New Psychoactive Substances (NPS).

De relevantie van deze web-based interventie ligt in het problematisch fenomeen van nieuwe psychoactieve stoffen; hun onbekende effecten en risico's en een gebrek aan kennis bij (vooral jonge) consumenten, waardoor het risico op nadelige gevolgen voor de gezondheid en het welzijn toeneemt.

Deze WBI wil het bewustzijn over de risico's van NPS-gebruik onder jongeren vergroten door te verwijzen naar betrouwbare en geloofwaardige bronnen over NPS. Het belangrijkste is dat de WBI jongeren aanspoort om hun NPS-verbruik via de WBI te beoordelen en via de WBI hulp te krijgen om minder NPS te consumeren, stoppen of gebruiken, of NPS veiliger te gebruiken met aandacht voor de consumptiepraktijken. De website informeert ook over Harm Reduction en adviseert jonge consumenten over wat te doen in het geval van druggerelateerde noodgevallen (NPS). Ten slotte verwijzen de nationale websites naar mogelijkheden voor face-to-face hulpverlening op het gebied van drugs- of geestelijke gezondheid in de respectievelijke landen.

De 'Mind Your Trip'-website zal vanaf 12 juni 2018 online zijn in 10 talen: Nederlands / Vlaams, Duits, Fins, Frans, Grieks, Italiaans, Lets, Portugees, Sloveens en Slowaaks.

Doelgroep: Jonge NPS-gebruikers (14-25 jaar) in de 13 partnerlanden, waaronder België.

Doelstellingen: De WBI bevat algemene informatie over NPS, een zelftest en interventiemodules. De interventiemodules bestaan ​​uit een korte interventie rond inzicht in het eigen gebruik, een module rond veiliger gebruik en een gestructureerd programma om te stoppen of te minderen. Inhoud: De WBI bevat algemene informatie over NPS, een zelftest en interventiemodules. De interventiemodules bestaan uit een korte interventie rond inzicht in het eigen gebruik, een module rond veiliger gebruik en een gestructureerd programma om te stoppen of te minderen. De drie modules duren elk 30 dagen en worden online gecoacht door een professionele preventiewerker. 

www.mindyourtrip.eu

Voor meer informatie: www.clickforsupport.eu , www.cadlimburg.be

DFR

30 MEI 2018

Verkeren Vlaamse studenten in hogere sferen?

Iedere 4 jaar doet het Vlaams expertisecentrum alcohol en andere drugs (VAD)  een onderzoek naar het middelengebruik  bij Vlaamse studenten. Deze editie hebben voor het eerst alle Nederlandstalige hoger onderwijsinstellingen in Vlaanderen en Brussel deelgenomen en dat levert interessante resultaten op.

Kloppen de vooroordelen over studenten? Verkeren ze werkelijk in hogere sferen?

De onderzoeksresultaten bieden alvast een duidelijk, objectief en betrouwbaar beeld van het gebruik van studenten. Alcohol, cannabis en medicatie komen naar voor als meest gebruikte middelen en preventiecampagnes en –boodschappen voor studenten moeten zich daar zeker op richten. Andere illegale drugs worden door een zeer beperkte groep gebruikt, waardoor preventieve acties zich ook beter richten op die selectieve groep.  Voor het eerst werd ook naar het game- en gokgedrag van studenten gevraagd. Hieruit blijkt dat vooral een deel van de mannelijke studenten ooit gamet en gokt, maar dat slechts een klein groepje hier heel veel mee bezig is. Voor de details van de resultaten verwijzen we naar het rapport zelf, maar hier worden enkele opvallende gegevens opgesomd:

  • 63% van de studenten die in het afgelopen jaar alcohol dronken, dronk in de lesperiodes  minder dan de richtlijn van 10 standaard glazen per week (gemiddeld 3,3 standaardglazen). De overige 37% dronk echter gemiddeld 29,2 standaardglazen per week, wat ver boven de richtlijn ligt.
  • Ongeveer 84% van alle studenten geeft aan momenteel geen tabak te gebruiken.
  • 91,5% van de studenten geeft aan nog nooit stimulerende medicatie gebruikt te hebben om hun studieprestaties te bevorderen (niet gekaderd in een behandeling) en 3,9% van de studenten deed dat in het afgelopen jaar.
  • 23,8% van de studenten gebruikte het afgelopen jaar cannabis. (1% gebruikt dagelijks)
  • Meer dan 9 op 10 studenten gebruikte in het afgelopen jaar geen andere illegale drugs dan cannabis. XTC en cocaïne zijn daarin het meest gebruikt.

Onderzoek en onderzoeksresultaten kunnen een katalysator zijn voor veranderingen in de praktijk. In Limburg werkt de CAD Limburg al jaren actief samen met het hoger onderwijs binnen de stuurgroep sensibilisering van studenten met betrekking tot alcohol en middelengebruik. Vanuit deze stuurgroep werd een mobiele website ontwikkelend (stufv.be) waar preventieve boodschappen op maat van studenten worden geformuleerd. De onderzoeksresultaten uit “In Hogere Sferen” geven nieuwe inspiratie en bieden de mogelijkheid om vanuit een ‘social norms approach’ preventieve boodschappen vorm te geven en te integreren in STUFV. Een mooi voorbeeld van hoe een uitgebreid onderzoek, invloed heeft op het preventiewerk in de praktijk.

WBR

Bron: Van Damme, J. et al. (2018). 'In hogere sferen?’ - Volume 4: Een onderzoek naar middelengebruik bij Vlaamse studenten. Brussel: P. Van Deun