Over CAD

Delen:

Historiek CAD Limburg

De CAD Limburg heeft een rijke en lange geschiedenis die zijn oorsprong kent op de Limburgse akkers van de late 19de eeuw. Toenemende professionalisering en de blijvende aandacht voor maatschappelijke noden en behoeften aangaande de alcohol- en drugproblematiek, zorgden ervoor dat de CAD Limburg over de decennia heen uitgroeide tot een sterk merk in de drughulp- en preventiesector.

De eerste beweging

De industrialisatie, op het einde van de 19de en begin van de 20ste eeuw, ging in de Westerse Wereld gepaard met een toenemend alcoholisme onder de ontheemde en verpauperde arbeidersklasse. De priesters trokken als eerste aan de alarmbel en met Gods hulp gingen zij ten strijde tegen de 'drankduivel’.
Eén van hen was Priester Senden, oom van Benedictus Paesmans. In het begin van de 20ste eeuw lag hij in Limburg aan de basis van de eerste ‘Matigheidsbonden’ .

Door hem geïnspireerd richtte priester professor Benedictus Paesmans in 1925 Groot Caritas op , een vereniging voor levenssoberheid, offer, naastenliefde en geheelonthouding van alcohol als kenmerk. Priester Benedictus Paesmans was als leraar aangesteld in het St. Jozefcollege, vandaar zijn aanspreektitel ‘professor’.

onthoudersbond 1912

Naoorlogse periode

Voor en tijdens de oorlogsjaren verleende hij met de vereniging ‘Broederhulp’ daadwerkelijke hulp aan de armen. Armoede ging in die tijd hand in hand met alcoholisme.
Na de oorlog (1949) werd in Hasselt door de onvermoeibare werkkracht van Prof. Paesmans en van de vele vrijwilligers ‘het volkstehuis’ gebouwd. In dit gebouw vonden alle caritatieve volkswerken een onderkomen en werd een alcoholvrije verbruikszaal ingericht.
De alcoholistenzorg steunde in die tijd nagenoeg exclusief op de inzet van parochiepriesters en vrijwilligers, en daarbij dienen we zeker het Marialegioen niet te vergeten: christelijk bewogen dames die alcoholisten aan huis gingen opzoeken. In 1957 bereikten zij zo in één jaar meer dan 200 Alcoholisten. In datzelfde jaar is in Brussel de AA gesticht.

De geboorte van het CAD

Volgens Paesmans was er, naast vrijwilligerswerk, ook nood aan professionele zorg. Na een bezoek aan het toen pas opgericht Consultatie Bureau voor Alcoholisme in Maastricht stichtte Professor Benedictus Paesmans, samen met enkele van zijn trouwe trawanten, in 1958 het 'Consultatiebureau voor Alcoholisme in Limburg vzw.‘. prof paesmansIn de statuten van het staatsblad van 1958 werd het doel van de vereniging als volgt omschreven: "de vrijwaring van de bevolking en vooral de jeugd van Limburg tegen de gevaren van alcoholisme, en de genezing en her-aanpassing van de alcoholisten, met inbegrip van alle activiteiten die hierop rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben".

Aanvankelijk werd het CBA exclusief gefinancierd vanuit de financiële (bedel)acties van Prof. Paesmans. In de jaren 60 werd het CBA erkend en gefinancierd als Dispensarium voor Geesteshygiëne, later (1975) ging deze erkenning over in Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg.

Dit laatste was geen vanzelfsprekendheid. De CGG’s werden opgericht voor ‘Algemene’ Geestelijke Gezondheidszorg, en het CBA richtte zich exclusief tot personen met afhankelijkheidsproblemen. De blijvende keuze voor een categoriale opstelling vloeide voort uit de overtuiging dat een efficiënte verslaafdenzorg voor de bevolking herkenbaar moet zijn en een geëigende deskundigheid vereist. Uiteindelijk slaagde Professor Paesmans, met steun van de koepels voor Geestelijke Gezondheidszorg, erin om ook de overheid hiervan te overtuigen.

In de eerste jaren deden nagenoeg uitsluitend alcoholisten en hun familie beroep op deze categoriale dienstverlening . Meer en meer werd het CBA echter ook geconsulteerd met andere verslavingsproblemen. Ook de eerste illegale druggebruikers meldden zich in deze periode aan . Daarom werd in 1976 de “T” aan de benaming toegevoegd : CBAT, Consultatiebureau voor Alcoholisme en andere Toxicomaniën.

Nieuwe noden

Eind de jaren 70, begin de jaren 80 bracht toenmalig CBAT medewerker, Marcel Schaeken, de illegale drugproblematiek in Limburg voor het eerst in kaart . Als gespecialiseerd ambulant centrum, met een dienstverlening over heel de provincie, lag het voor de hand dat de provinciale overheid het CBAT verzocht een coördinerende rol op te nemen inzake verslaafdenzorg. Ter ondersteuning van CBAT werd in 1982 de provinciale werkgroep Verslaving opgericht, het latere genoemde Limburgs Platformoverleg Verslaving (LPV).

In 1985 publiceerde deze provinciale werkgroep, in samenwerking met het vanaf toen officieel genoemde Centrum voor Alcohol – en andere Drugproblemen (CAD), een tweede provinciaal registratieonderzoek naar drugproblemen in Limburg. Uit de bevraging, bij alle Limburgse hulpverleners, bleek dat de illegale drugproblematiek sterk was toegenomen, maar ook dat de druggebruikers slechts in beperkte mate de weg vonden naar de hulpverlening.

Om de brug te slaan tussen de drugsscene en de hulpverlening startte het CAD, als eerste initiatiefnemer in het land, het project straathoekwerk.

In dezelfde periode legde het CAD de basis van het huidige preventieteam en werd in centra met grote concentraties van druggebruikers (Genk en Maasmechelen) de ambulante zorg versterkt door samenwerkingscontracten aan te gaan met de OCMW. besturen van de betreffende gemeenten.

Het Limburgs Model

In 1992 publiceerden het CAD in samenwerking met het LPV en het provinciebestuur een derde registratieonderzoek. Hieruit bleek dat de illegale drugproblematiek in 7 jaar verdrievoudigde en zich niet alleen meer beperkte tot de meer verstedelijkte gebieden. Dit onderzoek bracht het CAD. in een nieuwe stroomversnelling. 42 van de 44 Limburgse lokale besturen sloten in de daaropvolgende jaren met het CAD een samenwerkingsovereenkomst. Er werden middelen vrijgemaakt waardoor het personeelsbestand kon uitbreiden. Daardoor konden niet alleen meer cliënten geholpen worden, maar werd ook het hulpverleningsaanbod uitgebreid (dagactiviteitencentrum, talrijke groepsinitiatieven ,…) en met de oprichting van regiokantoren ook meer toegankelijk. Ook het preventiewerk kreeg een belangrijke stimulans. In tal van gemeenten startten overleggroepen die preventie-initiatieven realiseerden.

De samenwerking met de plaatselijke besturen werd nog versterkt door de veiligheids-initiatieven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (1994). De Federale Overheid financierde van toen af gemeentelijke projecten om de ‘drug’overlast in te dijken. Eén van de strategieën bestond uit de versterking van de drughulpverlening. De gemeenten verklaarden zich akkoord om de aan te werven personeelsleden te detacheren naar het CAD.
In 1995 werd vanuit de Federale Regering een 10 punten plan inzake repressie, preventie en curatie van drugproblemen gelanceerd, dat bepaalde dat er in elke provincie een laagdrempelig ambulant centrum voor drugverslaafden moest komen. Het initiatief daartoe werd gelegd bij de gemeentebesturen, in Limburg, de stad Genk. Gezien haar expertise terzake deed Genk beroep op het CAD. In de schoot van onze dienst werd met het RIZIV een conventie afgesloten die in april 1997 de start betekende van het Medisch Sociaal Opvangcentrum voor drugverslaafden (MSOC). Met dit centrum kon een laagdrempelig multidisciplinair hulpverleningsaanbod uitgebouwd worden voor de meest kwetsbare, vaak gemarginaliseerde druggebruikers.

De Centra voor Alcohol- en andere Drugproblemen

marcel vanhex

Het Centrum voor Alcohol- en andere Drugproblemen werd omgevormd tot de Centra voor Alcohol- en andere Drugproblemen met centrale kantoren in Hasselt en Genk en een netwerk van regionale kantoren verspreid over de provincie.

Anno 1 oktober 2000 werden decretaal in Limburg de 12 Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg gefusioneerd tot 3 CGG’s met ieder meerdere vestingen. In tegenstelling tot de andere oorspronkelijke 12 Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg had CAD op het moment van de fusieoperatie een veel bredere werking dan ‘CGG’. Meer zelfs, de door de Vlaamse Overheid gefinancierde CGG equipe binnen CAD Limburg, was numeriek in de minderheid.

Om een splitsing van de door de jaren heen opgebouwde geïntegreerde ambulante aanpak van verslavingsproblemen in Limburg te voorkomen, werd gekozen voor volgende samenwerkingsformule.
De oorspronkelijke CGG equipe van CAD werd, overeenkomstig de decretale vereisten, overgedragen aan de VERENIGING VOOR GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG (VGGZ). De VGGZ stelde, mits een aantal samenwerkingsafspraken, deze equipe terug ter beschikking van CAD Limburg vzw.

Op deze manier kon de geïntegreerde en gecoördineerde ambulante verslaafdenzorg in Limburg behouden blijven én kon deze extra verankerd en bevrucht worden door de Algemene Geestelijke Gezondheidszorg.

Op vraag van de lokale besturen in de Antwerpse Kempen en ondersteund door CGG en CAW Kempen startte CAD Limburg in 2009 MSOC Kempen en dit met vestigingen in Herentals, Mol en Turnhout.

Gediversifieerd aanbod

Door de jaren heen breidde ons hulp- en preventieaanbod substantieel uit, kwantitatief en kwalitatief. De afgelopen 10 jaar steeg het aantal hulpvragen met 54 % en nam ook ons hulpaanbod substantieel toe. We denken daarbij o.m. aan ons bijzonder ruim groepsaanbod, het gedifferentieerd methadonprogramma, en zeker ook aan ons ruim online aanbod: www.alcoholhulp.bewww.cannabishulp.be, www.drughulp.be en www.gokhulp.be

Met een stijging van 50% geregistreerde activiteiten in 10 jaar nam ons preventieaanbod niet alleen kwantitatief toe maar zeker ook in de breedte. Wij introduceerden een alcohol- en drugbeleid in nagenoeg alle maatschappelijk sectoren: onderwijs, jeugd- en volwassenwerk, bedrijfswereld, gevangenis, bijzondere jeugdzorg, allochtone gemeenschappen…

Voor actuele informatie over onze werking zie verder op deze website.